|
|
|
Uli is alweer een week of tien weg…
Tien weken is hij geweest. De eerste drie weken is hij op zoek geweest naar zijn plek in mijn leven. En ik naar mijn plek in het zijne. Daarna praatten we veel. Over nu, onze gevoelens. En over hoe het verder moet. Of we überhaupt wel verder gaan.
Soms wisten we zeker dat we verdergingen. Andere momenten weer niet. Hij verstopte zich af en toe in de drank en in het hardlopen en ik was de eerste weken af en toe blij dat ik kon werken. Gemakkelijk was het niet. Maar dat had ook niemand gezegd.
Dat had hij wel verwacht. Dat het gemakkelijk zou zijn. Hij worstelde zich soms door de dagen heen, op zoek naar datgene wat hij kwijt was geraakt. Hij vond dat ik was veranderd. Dat ik harder was geworden. En dat is misschien ook wel zo. Het heeft langer dan een jaar geduurd voordat hij me kwam opzoeken en dat is me niet in de koude kleren gaan zitten. In dat jaar ben ik alleen geweest en heb ik mezelf verbaasd en verrast over datgene wat ik allemaal deed en gedaan heb. In mijn eentje. Werken, een nieuw huis...
Maar ik miste hem wel. Elke dag. En ik was blij dat hij er was. Maar toch knaagde er iets. Hij voelde het. Merkte het. Helemaal 100% is het niet geweest. Maar op sommige dagen kwamen we er wel in de buurt. Hij is dan geen doorzetter. Terwijl ik dat wel nodig had. Zijn complete toewijding, het gevoel dat hij er helemaal weer voor wilde gaan. In plaats daarvan zei hij dat hij weg zou gaan.
“I just walk away” zei hij dan.
Want het werd hem te moeilijk en ingewikkeld.
Dat heeft hij ook gedaan. 1 september is ie vertrokken. We spraken af dat we elkaar een beetje los zouden laten. Hij zei dat ik me wel zou redden.
“You’ll be fine…”
Dat ik het goed gedaan had en dat het allemaal wel op zijn pootjes terecht zou komen. We wilden het allemaal even voor onszelf op een rijtje zetten. Wat we willen. En of dat nog bij elkaar past.
Hij heeft me niet meer gebeld. Ik spreek hem alleen via de MSN en dat hooguit eens per week.
He wants to let go.
Dat is wat hij zei. Zijn vrienden en psycholoog zeggen hem dat ie eigenlijk het contact zou moeten verbreken met mij. Dat is makkelijker voor hem om het te verwerken. Maar ik was er altijd voor hem, zei hij. En daarom vindt ie het toch moeilijk.
Maar ik hoor niets van hem. Alleen wanneer ik hem aanspreek krijg ik contact met hem. Hij belt niet, mailt niet en smst niet. Ik bel hem ook niet. Ik mail hem niet en sms hem niet (heb zijn nummer niet eens). Omdat ik me niet wil opdringen. Omdat hij het op zijn manier moet doen. Want híj heeft paniekaanvallen. Híj heeft een angststoornis. Híj heeft psychologische hulp. Híj heeft naar eigen zeggen een messed-up leven. Dertig jaar, zonder vriendin, weer bij zijn ouders thuis. En ik immers niet. Nee, ik niet.
Ik zit op rozen…
En zo eindigt het op een manier zoals het zeven jaar lang gegaan is. Op zíjn manier. As usual.
“I do whatever I want and I always get what I want”. Zijn lijfspreuk. En hij heeft nog gelijk ook. Want hij weet alles naar zijn hand te zetten. O wee als hij ergens moeite voor moet doen. Dan is het inderdaad zo dat ie er voor wegloopt. En zo is het maar net.
En ik? Ik ben nu twee maanden thuis. Werkloos en manloos. Het thuiszitten heeft me goed de tijd gegeven om dingen te overdenken en alles op een rijtje te zetten. Dat was niet gemakkelijk. Maar zoals vriendin M. me al zei: “Hier moet je even doorheen…”
Eerst was het veel huilen. Toen veel denken. En relativeren. Toen weer huilen. En opnieuw alles overdenken. En toen kwam de woede. Maar die duurde maar even. Want ondanks het feit dat hij het zo gemakkelijk opgeeft ben ik niet boos op hem. Daarvoor hebben we teveel samen meegemaakt.
Hij is toch m’n dushi.
Maar hij doet wat hij wil en lijkt vaak niet in staat zich in een ander te verplaatsen. Ook niet in mij. Ik heb me jaren aan hem aangepast. Iets waar hij zich nooit van bewust is geweest. En als ik hem erop attendeerde, kreeg ik steevast het antwoord dat dat mijn eigen keus was en erger nog… Mijn eigen probleem.
En op het moment dat ik dat niet meer doe, dat ik me niet meer aan hem aanpas, maar dat ik een beetje aanpassing van hèm nodig heb, valt alles als een kaartenhuis in elkaar.
Maar ach weet je, hij heeft wel gelijk.
“I’m always right”, nog zo’n uitspraak van hem. En dat heeft ie.
Ik red me wel, zei hij toch?
Ja. Ik red me wel.
I’ll be fine. | |
|
Het is al donker.
Ik stap in de bus. De chauffeur staat buiten te bellen. Ik ben te vroeg en blijkbaar ben ik de enige die op dit tijdstip naar het station moet. De bus is verder leeg.
De chauffeur stapt in en loopt naar me toe. Ik haal mijn strippenkaart uit mijn portemonnee.
“Waar naar toe?” vraagt hij.
“Denekamp”, antwoord ik.
“Denekamp? Da’s nog een eind!”
Hij stempelt zeven strippen van mijn kaart af en loopt weer naar voren. Hij brengt de bus in beweging.
“Hoe lang doe je erover, naar Denekamp?” vraagt hij vervolgens.
“Anderhalf uur.”
“Jeetje, da’s echt lang.”
“Ja, ik snak naar een auto. Dan red ik het in 20 minuutjes.”
“Goh,” zegt de man, “heb je al wel een rijbewijs dan?” | |
|
Kijk, dat kan ik dan niet uitstaan!
Dan ga je op zoek naar een baan. Speur je het hele net af en dus ook alle hotelketens in het land. Want werken in de hotellerie is toch wel heel erg leuk. Vind je een vacature bij een grote keten. Op het hoofdkantoor. Niet eens ver hier vandaan. Een superleuke functie. Zo’n functie waar ik wel een tijdje mee verder zou kunnen. Waar mijn ambities wel liggen, zeg maar. Ultiem.
Dus daar solliciteer je dan meteen op. Omdat je die baan gewoon wilt. En dan krijg je een paar weken later een reactie. Dat ze besloten hebben de vacature toch maar niet in te vullen. In verband met de crisis enzo. Dat snap ik dan niet. Alsof die crisis van gisteren is. Alsof die opeens uit de lucht is komen vallen.
Daar baal ik dan van. En ik snap er geen jota van. Eerst de vacature plaatsen. Vol goede hoop sollicitanten laten reageren. En dan maar zeggen dat ze hem toch maar niet in gaan vullen. Door de crisis. Wisten ze begin deze maand nog niet dat er een crisis heerste?
Zo schiet het natuurlijk nooit op! | |
|
"Jouw stukjes van de laatste tijd zijn anders dan anders. Veel minder grappig en minder leuk."
Klopt.
En weet je wat? Dat is een gróót compliment. Want life is op dit moment iets minder grappig en minder leuk. En het feit dat dat naar voren komt in mijn stukjes, bewijst me dat ik een betere schrijver ben dan ik zelf dacht.
"Dank voor het compliment!" | |
|
Het leven is één grote uitdaging.
Ik heb al van alles meegemaakt. Grote verliezen, naar het buitenland verhuizen, studeren in het buitenland, veel reizen, talen leren, een lastige relatie en nu ook: ontslagen worden. Met als gevolg: leven van een uitkering en als het even goed tegenzit straks zelfs van de bijstand.
Daar kán ik natuurlijk depressief van raken. Maar ik kan het ook als een nieuwe ervaring zien. Ik weet nu hoe het is om elk dubbeltje te moeten omdraaien, om de ene maand de ene rekening te betalen en de andere te bewaren tot volgende maand. Waardoor ik nu weet wat het is om een herinnering te krijgen en vorige week kwam zelfs een aanmaning. Ook kreeg ik al eens een deurwaarder aan de deur, maar die bleek (gelukkig) op zoek te zijn naar de vorige bewoner van dit huis…
Nee, leuk is anders. Ik ben niet gewend om zo te leven, maar op dit moment is het niet anders. Ik wil nog zoveel, maar dat schuif ik nu allemaal op de lange baan. Heb nog niet eens een eethoek, dus mijn huis is een halfjaar na de sleuteloverdracht nog steeds niet helemaal af. Ik word er ook heel creatief van. Boodschappen haal ik bij de Aldi en ik spit elke week de aanbiedingen van de Sanders af op zoek naar koopjes. Ik heb inmiddels zorg- en huurtoeslag aangevraagd bij de belastingdienst, want daar kom ik nu natuurlijk voor in aanmerking.
Ik weet nu wat het is om arm te zijn.
Maar dan vraag ik me af: Heb ik hiervoor gestudeerd? Ben ik hiervoor naar Nederland gekomen? Om in de bijstand te gaan??
Natuurlijk niet. Ik kijk het nog een tijdje aan. Heb momenteel zes nieuwe sollicitaties lopen, nadat ik al vijftig keer ben afgewezen. En ik probeer zoveel mogelijk uit deze periode te halen. Net zoals uit al mijn andere levensperiodes. Ik sta er alleen voor en dat vind ik niet erg. Nee, daar word je juist hard van. Sterk van. Volwassen van.
Mijn vriendin M zei het vorige week tegen mij: “Ik denk dat er maar weinig mensen zo zelfstandig zijn als jij.”
En met dat in mijn achterhoofd kan ik alles aan… | |
Ene broer tegen andere broer:
“R, wil jij mijn OSM bijhouden als ik op vakantie ben?”
“Jawel hoor, maar wat is je wachtwoord?”
“Kontneuken…”
In de rij bij de McDonald’s:
“Volgens mij hebben we de verkeerde rij gekozen. Het duurt zo lang!”
“Ja, in de andere rijen hebben ze fastfood. Hier hebben ze slowfood…”
Ik had vorige week buurtfeest. Dat vertelde ik aan mijn moeder en schoonzus:
“Waar werd het feest gehouden?”
“Bij de buren op nummer 2. Die hebben achter het huis een garagetje… Erg gezellig.”
Ik was vorige week bij mijn vriendin M en haar zoontje van 20 maanden. Oma was er ook en stelde de kleine een paar intellectuele vragen:
“Tygo, wie is de president van Amerika?”
“Obama!”
“En wie is de bondskanselier van Duitsland?”
“Merkel!”
“En wie is de koningin van Nederland?”
Even is het stil…
“Beatrix!”
Gehoord in de Open32:
“O kijk schat, wat een mooie jurk!”
“Ja, vind je hem mooi?”
“Ja!”
“Dan komen we morgen terug. Kun je er weer naar kijken…”
Uli is 2,5e maand in Nederland geweest. Wanneer we met moeders op pad gaan, is het de vraag wie er achterin de auto gaat:
“Ulises, You go in the back?”
“Yes yes, like always. All latinos always go in the back…”
Ik kijk met Uli naar Popstars en begin over Patricia Paay:
“How old do you think she is?”
“Ehm… I don’t know…”
“She is over 60!”
“Really??? She is still doable…”
| |
|
De bladeren dwarrelen van de bomen, waaien door de straat en belanden voor de voordeuren hier in de straat. De groene kleur waar de bomen in de zomer mee pronkten wordt steeds bruiner, totdat er helemaal geen kleur meer aan zit. De regen valt in vlagen naar beneden. Soms hard. Soms zacht. De harde wind zorgt ervoor dat de druppels tegen het raam slaan. Gewoei klinkt er door de straat. Van de wind die me er van weerhoudt naar buiten te gaan.
Want binnen. Binnen is het lekker warm. De verwarming staat op 20 graden. Mijn sloffen houden mijn voeten warm. En de laptop houdt mijn schoot warm. De kaarsjes zijn nu niet aan, maar vanavond als het donker wordt, dan zorgen ze ervoor dat het übergezellig wordt. Dan gaan mijn designerlampjes aan en de TV. En terwijl buiten de wind hard waait en de regen naar beneden valt, trek ik een fleecedeken over mij heen en maak mijn handen warm aan een lekker kop thee. Gezellig. Als ik naar bed ga trek ik mijn flanellen pyjama aan en kruip ik onder mijn dubbele donzen dekbed. Sokken aan. Nog net geen muts op. Heerlijk warm en lekker slapen. Alleen.
Het is herfst. De wereld kleurt roodbruin. De wind waait. Het is koud. Het is bijna idyllisch.
En ik vind er geen flikker aan… | |
|
Dacht ik dat ik een beetje achterliep. Ik had al wel een account en zelfs al vier followers, zoals ze dat zo mooi noemen. Eentje ken ik er, de andere drie niet. Iedereen heeft het er over. Christina Curry liet via Twitter weten wat ze van haar vader vond toen hij er met een ander vandoor ging (lees: Micky Hogendijk). Anouk twitterde ooit eens that she was gonna get laid (hoorde ik bij DWDD), Paul de Leeuw vertelde in Lieve Paul dat hij twitterde (ja, ik kijk teveel TV nu ik werkloos ben) en Esther van Vrouwonline blogte (wat inmiddels duidelijk ouderwets is) een tijdje terug al dat ze aan het twitteren was geslagen.
Maar wat blijkt nu? Zo ver liep ik nog niet achter. Ik ging op zoek naar mensen om te followen. En die dus mijn potentiële followers zouden kunnen worden. Maar ik kan niemand vinden! Geen mensen die ik nog ken uit Curaçao, geen mensen uit Argentinië en ook geen mensen uit het Hollandse. Ik begrijp er niets van!
Dus. Of ik doe iets fout. Wellicht dat mensen onder een andere naam zijn aangemeld. Maar hoe moet daar dan achterkomen?
Of ik loop juist vóór op de rest en ben dus überhip met mijn getwitter…
Hoe het ook zij. Ik twitter. En wel hier:
www.twitter.com/kimannemarie. | |
|
Er zijn van die dingen die me mateloos irriteren.
Iemand die fluit bijvoorbeeld. Daar kan ik niet tegen. Mijn moeder had een buurman en die stond op zaterdagochtend weleens zijn tuin te schoffelen en dan kon hij het niet laten om hier bij te fluiten. Normaliter ben ik op zaterdagochtend mijn bed niet uit te branden, behalve als de goeie man weer met zijn harkje en schoffeltje en met getuite lipjes zijn tuin in dook. Dan wist ik niet hoe snel hoe ik op moest staan.
Het geluid van rinkelende sleutels. Ook zoiets. Toen ik op Curaçao op het terrein van het Hilton woonde, liepen er geregeld medewerkers van het hotel langs ons appartement. En die hadden vaak een sleutelbos aan hun broekriemlussen hangen. Waardoor er met iedere stap die ze zetten een ergerlijk geluid ontstond. Klieng, klieng, klieng! Ik zou ze neerhoeken!
Zo zijn er nog wel meer dingen. Iemand die hard door zijn neus ademt. Snuift, zeg maar. Iemand die snurkt. Iemand die fluisterend leest. Iemand die uit zijn mond stinkt. Iemand die naar zweet ruikt. Nou ja, noem maar op.
Mijn nieuwe buurman heeft een duiventil. Met acht duiven. Acht. In de achtertuin. En niet achterin de achtertuin, nee, voorin. Vlak achter het terras. Terwijl hij er achterin genoeg ruimte voor heeft. Soms laat hij ze los. En zitten er opeens vier duiven in mijn achtertuin. Of op het dak. En schijten ze de hele boel onder. Dan doe ik de achterdeur open om iets in de ton te gooien en dan vliegen ze ineens allemaal weg. Je schrikt je echt een ongeluk. Wat een herrie! Maar dat is nog niet het ergste. Nee, het ergste is het geluid dat ze maken. Roekoe, roekoe, roekoe! En soms maken ze van die rochels. Dan is het net of ze snurken. Gggggg, ggggg, ggggg!
Het mannetje is bijna 80. Zijn vrouwtje overigens ook. Het is zijn hobby, het enige waar hij nog plezier uit haalt, kan ik me zo voorstellen. Dat zei hij zelf overigens ook. Maar wat zou ik graag die duiven de nek omdraaien. En dat terwijl ik normaliter zo’n aardig persoon ben.
Ik heb er geloof ik een irritatie bij… | |
|
Groot nieuws!
Nee, ik ga nog niet verklappen wat voor nieuws. Maar het is wel heel leuk nieuws. Ik zou bijna zeggen dat het jammer is dat het nieuws niet over mijzelf gaat, want ik kan in deze tijden wel wat goed nieuws gebruiken. Wanneer heb ik eigenlijk voor het laatst goed nieuws gehad, vraag ik me nu opeens af. Ergens in 2005 ofzo geloof ik...
Niet over mijzelf dus, maar wel heel goed nieuws. En ik ben superhappy voor degenen met het goede nieuws.
Maar!
Nog ff geduld...
| |
|
Een kleine selectie van reacties op mijn sollicitaties:
Hartelijk dank voor uw reactie op de vacature van XXX. Helaas moeten wij u laten weten, dat de keuze op een andere kandidaat is gevallen.
Onlangs heb je gesolliciteerd naar de functie XXX. Helaas moeten we je meedelen dat deze functie inmiddels is vervuld. Hierdoor moeten we je teleurstellen.
In reactie op uw sollicitatie waarin u aangeeft geïnteresseerd te zijn in de functie van XXX berichten wij u het volgende: Inmiddels hebben wij een eerste selectie gemaakt uit de ontvangen reacties. Op grond van deze selectie, informeren wij u dat wij de procedure niet met u zullen voortzetten. Reden hiervoor is dat wij de voorkeur er aan geven de selectieprocedure voort te zetten met andere kandidaten, die naar ons oordeel beter aansluiten bij de opleidings- en ervaringseisen zoals genoemd in de functieomschrijving.
Hartelijk dank voor je belangstelling voor bemiddeling door XXX naar een baan in de markt van XXX. Ik moet je echter op dit moment meedelen dat, na zorgvuldige vergelijking van je gegevens met de thans beschikbare vacatures, er geen passende functie beschikbaar is.
Hartelijk dank voor uw sollicitatie bij XXX. Hoewel uw cv en motivatie interessant voor ons zijn moet ik u helaas melden dat we u op dit moment, gezien de marktomstandigheden, geen passende mogelijkheden kunnen bieden.
Onlangs heb je gesolliciteerd naar de functie XXX bij XXX. Op dit moment hebben we reeds een aantal kandidaten in procedure voor de functie waarmee we de procedure in eerste instantie gaan voortzetten.
Naar aanleiding van uw sollicitatie naar de functie van XXX berichten wij u dat wij de procedure niet met u voortzetten. Wij vervolgen de procedure met kandidaten die qua profiel beter aansluiten bij de functie zoals deze ons voor ogen staat.
In reactie op uw sollicitatie naar een functie binnen onze organisatie, moet ik u helaas mededelen dat wij geen passende functie vacant hebben.
Naar aanleiding van je open sollicitatie hebben wij gekeken of bestaande vacatures aansluiten bij je kennis en ervaring. Op dit moment zijn er geen vacatures die overeenkomen met je wensen en mogelijkheden.
Naar aanleiding van uw open sollicitatie binnen onze organisatie moeten wij u helaas meedelen dat wij momenteel geen passende mogelijkheden voor u beschikbaar hebben.
Hierbij bevestigen wij de ontvangst van uw open sollicitatie waarmee u solliciteert naar een functie binnen onze organisatie. Het spijt ons u te moeten mededelen dat wij helaas geen vacature hebben die aansluit bij uw opleidingen en ervaring.
Naar aanleiding van uw open sollicitatie naar een functie binnen ons bedrijf, delen wij u mede dat, buiten de vacatures die op onze website staan vermeld, wij verder geen openstaande functies hebben.
Naar aanleiding van je mail d.d. 20 mei jl., waarin je je belangstelling kenbaar hebt gemaakt voor de tijdelijke functie van XXX deel ik het volgende mee: Uit de ontvangen reacties hebben wij, zonder een sollicitatiegesprek te houden, reeds een voorselectie gemaakt. Wij hebben daarbij o.a. gelet op een afgeronde relevante opleiding, competenties en/of ruime ervaring in een soortgelijke functie. Jouw mail hebben wij op grond van deze criteria niet in onze voorselectie opgenomen.
Hartelijk dank voor je reactie op de vacature bij XXX. Helaas sluit je cv onvoldoende aan op de gevraagde werkzaamheden en competenties. We kunnen je dus niet meenemen in de sollicitatieprocedure.
Hartelijk dank voor je reactie. Helaas sluit jouw werkervaring niet aan bij hetgeen onze opdrachtgever vereist.
U snapt. Ik sta op instorten…
| |
Dan ben je net verhuisd. Dat heeft natuurlijk een paar duiten gekost. Vooral als je je bedenkt dat alles wat ik op Curaçao had, óf in bruikleen had óf verkocht heb toen we er vertrokken. Ik had dus niks. En moest dus alles aanschaffen. Wasmachine, TV, bed, matrassen, lakens, kasten, bank, stoelen, tafels, lampen, vloeren en zelfs een plafond. Eindelijk mijn eigen spullen.
En dan krijg je het nieuws dat je contract niet wordt verlengd. En dus geen baan meer hebt. En dus ook geen salaris. Dan moet je het opeens weer even rustig aan doen. Maar ondertussen is er natuurlijk van alles dat nog gedaan moet worden en loop je telkens weer tegen kleine dingetjes aan. Dit moet nog, dat moet nog. Even naar de Hema. En de Gamma. En de Praxis. En o ja, ik moet ook nog even bij Ikea langs. Tel het allemaal maar eens bij elkaar op.
En dan zit je in zo’n periode. Van veel uitgaven en weinig inkomsten. En dan zul je net zien dat er van alles stuk gaat. Nu valt dat op zich nog wel mee, want bijna alles wat ik op dit moment heb is nieuw, maar mijn laptop is wel al vijf jaar oud. En juist die, mijn allertrouwste vriend die met de jaren steeds langzamer werd, maar het altijd goed bleef doen, liet me in de steek. Gecrasht. Niks meer aan te doen. Hartstikke kapot. Zelfs de data op de harde schijf kon niet gered worden (heb ik even geluk dat ik in januari backups heb gemaakt van alle foto’s… Tien CD’s vol!).
En daarom ben ik nog nauwelijks online. Schrijf ik bijna nooit meer. Niet omdat ik dat niet wil, maar omdat dat gewoon niet kan. Ik baal er goed van, want een nieuwe zit er voorlopig niet in. Net als een vakantie. Maar da’s weer een ander verhaal.
En daarom. Daarom ben ik afwezig. Hopelijk ben ik gauw weer terug! | |
Dit is mijn laatste werkdag.
Alleen vandaag nog ben ik de procesondersteuner voor het particuliere segment van de bank. Vanmiddag om vijf uur loop ik hier weg en hoef ik niet weer te komen. Na vandaag zal ik mijn collega’s met wie ik het afgelopen jaar hele dagen heb doorgebracht, niet weer zien.
Het idee is raar. Maar ik ben wel vaker ergens vertrokken, dat ik het wel een beetje gewend ben. Ik vind het jammer. Ik had gedacht dat ik het wel een tijdje – of misschien wel een hele tijd – zou uithouden binnen de bank. Ook al past mijn huidige functie niet helemaal bij mij. Grijze-pakken-werk is niet mijn ding, maar binnen de bank is het erg leuk. Helaas…
Geen werkprocessen en instructiebladen meer. Niet meer elke maand de database updaten. Niet meer de werkvloer op, geen presentaties meer geven. Geen werkoverleggen meer bijwonen en geen ellenlange teksten meer lezen. Geen projecten meer te implementeren. Geen risico-inschattingen meer maken, geen afwijkingen meer vaststellen en geen verbetervoorstellen meer opstellen. Geen maandelijks riskoverleg meer, geen tweemaandelijks afdelingsoverleg meer. Niet meer mijn collega’s en geen radio 2 meer.
Wat er voor in de plaats komt is voorlopig niets. Want ze willen me letterlijk nergens hebben. Te weinig ervaring, een te brede opleiding of – nou komt ie - een te hoge opleiding. Het lijkt hopeloos.
Dag bank. Dag. Bedankt voor het afgelopen jaar. Bedankt voor de mogelijkheden. Bedankt voor de ervaring die ik bij jou op mocht doen. Bedankt voor het salaris en de bonus en de dertiende maand. En bedankt. Bedankt dat je me als oud vuil aan de kant zet. Eerst beloftes maken, me opleidingen aanbieden. Me met een gigantische achterstand binnen laten komen. En wanneer de achterstand is ingelopen, dankzij vele inspanningen, me op staat zetten. Bedankt bank. Bedankt hè! | |
|
Vorige week:
“Kim, je mailde mij net de update van de database en ik zie dat er weer meer processen openstaan dan vorige maand. Zelfs de achterstand is opgelopen. Hoe kan dat?”
Nou… Ik werk niet meer zo hard, omdat het me allemaal niets meer kan schelen.
“Eh, ik denk dat er deze maand heel veel is bijgekomen. En we zijn de afgelopen tijd met recent gepubliceerde processen bezig geweest, dus de oudere publicaties staan allemaal nog open, vandaar dat de achterstand is opgelopen. Denk ik.”
Mijn baas fronst. Ik zie aan hem dat hij baalt. Er staan weer bijna 90 processen open. Niet allemaal van mij – want van mij maar 29 –, maar toch, ze staan wel open.
“O oké. Ik ben er niet zo blij mee. We gingen net zo goed qua procesinrichting.”
En als ik volgende week weg ben, zal de achterstand alleen maar verder weer oplopen.
Zou hij het zich eindelijk realiseren?
“Ik ga volgende week met vakantie en dat is tevens jouw laatste week. Denk je dat je nog wat kunt wegwerken in die week, zodat we weer wat inlopen?”
Ja tuurlijk. Ik ga mijn laatste week hier bij de bank nog even heel hard werken om de achterstand weer in te lopen. Ik heb ook echt zo veel motivatie om me nog voor de bank in te zetten, want de bank is zo goed voor mij geweest. Echt, ik vind het nog steeds zo leuk om hier te zijn en ik kan me echt nog voor de volle 100% inzetten. Met veel plezier zelfs. Tuurlijk!
Sjonge, jonge, jonge. Wat een lef. Of heeft de goeie man gewoon een plaat voor zijn kop? | |
“Het komt allemaal wel goed,” zegt mijn collega D.
We zitten aan onze bureaus op de zesde verdieping. Eigenlijk zijn we heel druk – vooral zij, want ik werk niet meer zo hard -, maar we vinden opeens even vijf minuten om met elkaar te babbelen.
“Weet je”, zegt ze, “tijd doet echt wonderen. Je moet niet overhaast beslissingen gaan nemen hoor, want ik denk dat je daar spijt van krijgt. Het is belangrijk om naar je gevoel te luisteren. Dan komen de antwoorden vanzelf.”
Ik knik en beaam wat ze zegt.
“Teveel nadenken werkt toch niet,” zeg ik, “ik ben nu een hele tijd op mezelf geweest en dat ging heel goed. Maar nu we weer samen zijn, gaat het eigenlijk ook gewoon goed. Ja, het is wel wennen om weer iemand om je heen te hebben, maar aan hém hoef ik niet te wennen. Hij is dezelfde als altijd.”
“Ja, maar dat is alleen maar goed.”
Dat weet ik. Maar toch weten we nog niet hoe het verder moet.
“Luister naar je gevoel, dan komt alles op zijn pootjes terecht. En trek je niet te veel aan van wat anderen zeggen. Ze vragen alleen maar uit interesse, maar het is natuurlijk wel vervelend om er telkens mee geconfronteerd te worden. Jullie zijn er zelf nog niet uit, maar buitenstaanders willen al weten wat jullie gaan doen. Het is nu misschien lastig. Voor jullie allebei. Omdat je er tegenaan zit te hikken en omdat je weet dat je een keuze moet maken. Maar sta er niet te veel bij stil. Geniet van de tijd die je nu hebt en na verloop van tijd, dan kom je er vanzelf achter wat jullie moeten beslissen.”
Wat een wijsheid, zo op een dinsdagmiddag aan onze bureautjes op de zesde verdieping. Dank je wel, D. | |
|
Het begon voor mij al om kwart voor zeven ’s ochtends.
Ik zou mijn wenkbrauwen laten bijverven, maar de schoonheidsspecialiste kwam niet opdagen. Tot zeven uur heb ik gewacht. Toen ben ik terug naar huis gegaan. Om acht uur stond ik bij mijn broer en schoonzusje aan de bel. Om haar sportbroekje op te halen dat ik onder mijn jurkje zou dragen.
Ik kwam weer thuis en kleedde me om. Uli lag nog in bed, maar was binnen een half uur klaar. Strak in pak. Om vier over half tien namen we de bus – want ik heb nog steeds geen auto – en het liep al tegen elven toen we bij F en D thuis aankwamen. F was boven met haar moeder. Wij mochten nog niets zien (“Want dan is het ‘wauw-effect’ minder als ik straks beneden kom”). D was er niet; hij kwam om half 12 met een lichtblauwe trouwauto zijn bruid ophalen. Er vloeiden wat tranen bij haar zus en moeder toen F in haar jurk de trap afkwam. Ook ik had natte ogen. Ze was beeldschoon.
We gaven gelijk de cadeaus en om half 1 vertrokken we naar het stadhuis. Een foto van haar overleden vader stond voorin de trouwzaal met een brandend kaarsje. De ambtenaar was leuk en hield het serieuze gedeelte luchtig. Ze moesten gaan staan en elkaar de hand geven. Ze zeiden ‘Ja’ tegen elkaar en deden elkaar de ringen om. Ze tekenden de trouwakte en omdat ik een van de getuigen was, mocht ook ik naar voren komen om een krabbel te zetten.
“F”, fluisterde ik toen ik weer zat, “ik heb niet eens gelezen waar ik voor getekend heb!”
Ze lachte.
Op de trap van het stadhuis werd een grote groepsfoto gemaakt. En toen we het stadhuis uitkwamen stonden er horden vrienden, familieleden en kennissen paraat om een glimp van het bruidspaar op te vangen. Zij gingen weg, samen met de fotograaf. Wij gingen terug naar hun huis voor de lunch.
Het was kwart over vier toen we naar de zaal gingen. Een heerlijk buffet stond voor ons klaar. Er werd erg emotioneel gereageerd toen er aandacht kwam voor alle overleden dierbaren van F en D. Maar er werd vooral gelachen toen er een rapliedje werd afgespeeld waarin Lenn een grote rol speelde.
Om acht uur begon het avondfeest. Wij zorgden ervoor dat er in het gastenboek werd getekend, zodat we daarna de dansvloer op konden. Zelfs Uli deed zijn voetjes van de vloer, al was het alleen maar om even te schuifelen. Om twaalf uur kwamen de koffie en de broodjes, echt op zijn Hollands. En hartstikke teut verlieten we om half 1 het feest.
Thuis plofte ik in bed. Zonder te wassen of te douchen. Ik werd de volgende dag pas om twee uur wakker. | |
|
Lieve F,
Het is zo ver. Jouw grote dag!
Ik weet nog dat ik in 2005 op je Space keek. Ik zat op Curaçao en we zagen elkaar noodgedwongen heel erg weinig. Eerst klikte ik de foto’s van kleine Dino aan – die hadden jullie toen pas en wat was ie toen nog schattig – en toen ging ik verder naar jullie vakantiefoto’s. Jij en D. in Kroatië. Cocktailtje hier en een strandje daar. Eén van die foto’s heeft indruk gemaakt. Ik heb hem zelfs later in mijn fotocollage geplakt die altijd in onze woonkamer hing. Een fotocollage met al onze vriendjes en vriendinnetjes. Jullie staan er met zijn tweetjes op. De zon schijnt in jullie ogen en de schaduw van D’s arm is over jouw gezicht te zien. Hij maakt de foto waarschijnlijk zelf met een gestrekte arm. Maar dat is niet eens het bijzondere aan de foto. Toen ik hem voor het eerst zag wilde ik het je al zeggen, maar dat heb ik toen volgens mij niet gedaan.
Ik heb je namelijk nooit zo happy gezien.
Goeie man hoor, die D, dacht ik toen. F lijkt supergelukkig. En dat was je volgens mij ook. Nee, dat bén je! Die foto vertelde meer dan de bedoeling is geweest. Je lachte, glunderde, straalde. Zoals ik je nooit eerder had gezien. Na al de ellende die je meemaakte toen we samen naar school gingen. Je verdiende het dubbel en dwars.
Nu kan ik wel zeggen dat ik superblij voor je ben. En dat ik het geweldig vind dat je de ware hebt gevonden en nog meer van dat sentimentele geneuzel. Dat je een geweldige zoon hebt en dat ik hoop dat je er ook nog een dochter – of een tweede Lenn – bij krijgt. Dat D zo goed voor je is, dat je zo’n mooi huis hebt. En een mooie auto. Ik kan je een hele fijne trouwdag wensen. Met veel zon, een zomerbruid. Met alle geliefden om je heen, met veel eten en veel drank. Veel muziek en dans en een groot feest. Maar dat ga ik allemaal niet zeggen.
Wat ik je wel wil zeggen is dank je wel. Dank je wel dat je mijn vriendin bent. Na zoveel jaar. Tien zelfs al dit jaar (een reden voor nog een feestje trouwens). Dank je wel dat ik je getuige mag zijn. Dat ik op de belangrijkste dag in je leven een van de belangrijkste personen mag zijn. Dat mijn handtekening op jouw trouwakte komt. Dank je wel voor je vriendschap. En je vertrouwen.
Toch ga ik ook nog even zeggen dat ik je alle geluk van de wereld toe wens. Maar alleen maar heel kort. Want dat spreekt natuurlijk voor zich. Heel veel geluk, F. Heel, heel veel geluk gewenst!
| |
Mijn vriendin gaat trouwen.
Vriendin F. Over twee dagen al. Dan gaat ze in haar champagnewitte jurk haar jawoord aan haar vriend geven. Spannend. Al meer dan twee jaar geleden vroeg hij haar ten huwelijk. Toen ze met zijn tweetjes een weekendje in Wenen waren. Hoe romantisch. Maar toen ontdekten ze dat ze zwanger was en hebben ze de grote dag een tijdje uitgesteld. Eerst moest Lenn geboren worden. Inmiddels is het kleine manneke al bijna twee en kan hij al beter Nederlands dan Ulises. En is het nu dan tijd voor een groot feest.
Een zomerbruid. Midden in juli. Het wordt vast mooi weer. De zon zal schijnen. Haar donkere haren zullen worden opgestoken. Er zal gejankt worden. Maar ook gelachen. Want Lenn zal vast wel wat grollen uithalen wanneer zijn pa en ma romantisch zitten te doen. En daarna is het natuurlijk feest. Eten en vooral drinken. Muziek, dansen, een echte bruiloft. Geen “boer’nbrulft”, dat niet, maar wel traditioneel.
Het wordt wel heel bijzonder. Dat weet ik nu al. Zij is de eerste van mijn vriendinnen die gaat trouwen. Zij was in 2007 al de eerste die moeder werd en nu bijt ze dus ook het spits af met trouwen. Ze is happy met D. En hij met haar. Ik weet zeker dat ze bij elkaar blijven. Want ze passen perfect bij elkaar. Alleen daarom al wordt het bijzonder.
Maar er is nog een reden waarom het bijzonder wordt. Niet omdat zij de eerste is, of omdat het mooi weer zal zijn. Nee, er is nog iets anders.
Ik ben haar getuige! | |
Ik was laatst in de winkel om matrassen uit te zoeken. Dat moest namelijk, omdat ik een nieuw bed had gekocht. Een grote, van 1.80m breed (ja ja, zo’n klein meisje in zo’n groot bed…). Er moesten twee matrassen in. Twee matrassen van 90cm breed dus.
En die dingen zijn duur! Ik ging er van uit dat ik in totaal zo’n €200 kwijt zou zijn, maar één matras is al duurder dan dat. Gelukkig had deze winkel een special met speciale kortingen. Sommige matrassen zelfs voor de helft van de prijs. En dus ging ik ze uitproberen. Er stonden mooi een paar bedjes naast elkaar met verschillende matrassen. Schuimmatrassen, veringsmatrassen, latexmatrassen. Ik heb er totaal geen verstand van, maar de mevrouw van de winkel gelukkig wel. Ik kwam er al snel achter dat die schuimmatrassen hoogst oncomfortabel waren. Niet zacht genoeg. Ik hou van zacht. Dus dan maar zo’n veringsmatras. De eerste was een pocketvering en toen ik er op ging liggen viel ik bijna spontaan in slaap. De mevrouw wist wel hoe dat kwam.
“Jij bent klein en niet zo zwaar. Dan is zo’n pocketveer ideaal!”
“Ja, dat klopt,” antwoordde ik, “deze ligt echt heerlijk!”
Ik had mijn keuze al gemaakt. Dit wordt hem.
En ik zou er ook nog eens twee voor de prijs van één krijgen.
“Maar je moet er wel rekening mee houden dat er niet een heel zwaar iemand op gaat slapen. Dat kan het matras niet aan en die persoon zou er niet goed op liggen. Iemand van 100 kilo is bijvoorbeeld veel te zwaar voor zo’n matras.”
…
“Honderd kilo?” antwoordde ik weer. “Maak je niet druk. Dat komt mijn bed niet in!” | |
|
“Het proces zoals R. dit heeft weggeschreven wordt momenteel niet opgevolgd met betrekking tot fiatteren en dat heeft te maken met de statussen die we hanteren en dat heeft te maken met eigen beoordelingsformulieren die we binnen de bank intern hanteren.”
Gaap…
“Dat betekent dat we twee dingen kunnen doen. Of de huidige werkwijze handhaven, wat betekent dat we afwijken van wat er voorgeschreven staat.”
Gaap, gaap…
“Of optie 2, we passen onze huidige werkwijze aan en gaan ons confirmeren aan wat de processen ons voorschrijven. In het riskoverleg dient deze discussie gevoerd te worden. Afhankelijk van het besluit hiervan heeft dit gevolgen voor het betreffende werkproces.”
Het zal wel. Gaap…
“Mochten wij er lokaal voor kiezen om dermate af te wijken van wat er voorgeschreven staat, dan dient hier goedkeuring voor verkregen te worden bij de proceseigenaar. Dit zal iemand van de directie zijn. De fiattering van slechts het managementteam aanwezig tijdens het riskoverleg is hierin niet voldoende.”
Gaap, gaap, gaap…
“Verder heb ik nog dit document gevonden over een bestaande afwijking van een ander proces. Indien deze afwijking nog actueel is, dient hiervoor ook goedkeuring verkregen te worden. Omdat het niet om een kritisch proces gaat, hoeft het riskoverleg hier niets over te roepen, echter lijkt het mij wel verstandig met het managementteam en eventueel wat medewerkers te sparren omtrent dit proces, al is het alleen maar om te weten wat er op de werkvloer leeft en wat de mening van de medewerkers is. Wederom dient bij de proceseigenaar goedkeuring verkregen te worden, voordat het proces met afwijking geïmplementeerd en gepubliceerd kan worden, indien er voor gekozen wordt de afwijking te handhaven.”
Ik slaap… | |
|
Ik had net zo goed thuis kunnen blijven vandaag.
Mijn baas is er niet vandaag. De baas van mijn baas ook niet. De baas van de andere subafdeling hier op de verdieping is er ook niet. Geen bazen dus.
Vorige week vrijdag was het ook zo. Toen waren er ook geen bazen. Uli was toen net een dagje in Nederland. Man, wat was ik graag thuisgebleven die dag. Had niemand gemerkt. Eens in de twee weken ben ik vrijdags vrij, dus zo raar zou het niet zijn als mijn plek leeg was gebleven.
Vandaag ook niet overigens. Gister had ik me ziek gemeld. Niet omdat ik echt ziek was, maar omdat ik ’s middags een intakegesprek bij een uitzendbureau had. Dan zou ik dus alleen ’s ochtends kunnen werken. Hoewel werken… Aanwezig zijn, kan ik het beter noemen. Want ik kan me er nog maar moeilijk toe zetten, dit werk. Het was mooi weer, dus besloot ik maar de hele dag vrij te nemen. Als ik vandaag dus ook thuis was gebleven was er geen man overboord. Ik zou gewoon nog een dag ziek zijn. Dat zou kunnen toch? Zo raar zou het niet zijn als ik vandaag thuis was gebleven.
En dan nog. Al hadden ze het in de gaten gehad. Al hadden ze door gehad dat ik zomaar niet op was komen dagen. Wat dan? Wat hadden ze dan willen doen? Me ontslaan?
O nee…
Dat hadden ze al gedaan… | |
|
Soms hoor je nieuws.
Nieuws dat je eerst een paar keer moet herhalen om het te geloven.
Omdat het best een grapje kan zijn.
Of een stunt.
Of omdat het gewoon onwerkelijk lijkt.
Vrijdagochtend hoorde ik zulk nieuws.
Michael Jackson is dood.
Michael Jackson?
Dood?
Michael Jackson is dood?
Michael Jackson? Dé Michael Jackson?
Die artiest van de moonwalk? De King of Pop? Met die rare neus en die met kinderen zou slapen?
Díé Michael Jackson?
Is die dood?
Of is dit een stunt?
Foei.
Hij is dood. Michael Jackson.
Ik zet de TV aan.
Michael Jackson is op bijna iedere zender.
Hij is dood.
Michael Jackson is dood.
Michael Jackson is dood.
Michael Jackson is dood.
Michael Jackson is dood.
Michael Jackson is dood.
Michael Jackson is dood.
Michael Jackson is dood.
Michael Jackson is dood. | |
Mijn dag kan niet meer stuk.
Ik was zonet in de stad. Even wandelen tijdens de pauze. De zon schijnt. Het is warm. Broodje gehaald bij Deli. En bij Dolcis en van Haren naar wat schoenen gekeken. Ik wilde nog een trenchcoat bij Vero Moda halen – die had ik daar laatst namelijk gezien –, maar daar had ik geen tijd genoeg meer voor. Ik liep een andere weg terug. Niet langs de volle terrassen. Ik at mijn broodje namelijk onderweg op en je zult net zien dat er saus uitlekt of dat er een stuk komkommer uitvalt terwijl er dertig mensen op het terras zitten…
Ik liep het spoor over, langs het stadskantoor en ik zag ze al aan komen lopen. Niet zo knap als de jongens die ik net in de Langestraat zag, maar ze mochten er best wezen. Ik keek naar ze, maar droeg mijn zonnebril, dus wisten ze niet dat ik naar ze keek. Zij keken ook naar mij. En bleven kijken totdat we elkaar passeerden.
“Hoi”, zei de een.
“Hoi”, zei ik terug. En ik lachte.
“Lekker ding!” hoorde ik ze tegen elkaar zeggen. Ik hoefde niet eens achterom te kijken om te weten dat ze me aan het na staren waren. “Lekker, lekker, lekker!”
 
| |
|
Na deze week nog vier.
Nog vier weken werken. Dan is het eind juli. Nog 39 verlofuren, dus dat betekent nog een week vrij. De laatste week van juli dus. Want daarna is het 1 augustus en heb ik geen contract meer.
Het vinden van een nieuwe baan is niet gemakkelijk. Werkelijk alle open sollicitaties die ik verstuurd heb waren negatief. Geen passende vacature. Punt. Maar er lopen nog sollicitaties op bestaande vacatures. Sommige reacties duren lang. Bij bepaalde uitzend- en detacheringsbureaus heb ik mijn gegevens doorgegeven. Bij twee bedrijven ben ik op gesprek geweest. Maar bij beide bedrijven kozen ze voor iemand anders.
Ik solliciteer me rot. Ook op MBO-functies. Zelfs bij een callcenter. Ik moet toch íéts. Een paar weken thuiszitten lijkt me best fijn – vooral nu Uli er is –, maar daar gaat de lol snel van af. Als ik terugdenk aan de weken na mijn afstuderen dat ik thuiszat… Inmiddels alweer twee jaar geleden.
Een jaar geleden kon ik kiezen tussen twee banen. Bij twee goede bedrijven. Twee goede functies. Ik koos voor de ene.
Maar als ik voor de andere had gekozen, had ik dan nu ook op zoek gemoeten naar iets anders?
Spijt heb ik niet. Ik heb het hier naar mijn zin. Was er van uit gegaan dat ik hier de komende jaren zou kunnen werken. Want zo gaat dat bij iedereen hier binnen de bank. Ze komen, ze doen hun werk en lijken nooit meer weg te gaan.
Maar ik moet weg. Niet omdat ik dat wil – want dat wil ik niet! – maar omdat het moet. Ik heb totaal geen zin om ergens anders te beginnen. Nieuwe organisatie, nieuwe collega’s, nieuwe werkzaamheden, nieuwe plek. Weer kennismaken, weer inwerken, weer wennen.
Bleegh! Niet leuk! | |
|
Ik zie mijn broer vaker dan me lief is. Elke dag zelfs. Omdat we samen naar ons werk rijden. We weten dus ook veel van elkaar. En vertellen elkaar allerlei verhalen die we op het werk meemaken. Maar ook verhalen die we thuis meemaken. Laatst had ie een leuk verhaal over de avond ervoor. Hij had het namelijk over mij gehad…
Hij moest naar de kapper. En daar zat een oude juf van ons. Juf Carla. Van de kleuterschool. Ik herinner me haar nog goed. Ik was vier jaar en zat in groep 1. Zij was zwanger en ging met verlof en werd toen vervangen door een nieuwe juf. Juf Anike. Nadat ze was bevallen kwam ze nog met de baby. Suzanne heette ze. Die zal nu een jaar of 23 zijn. Later zag ik haar nog wel eens fietsen. Altijd met haar voeten naar buiten. En in groep 6 kreeg ik les van haar man. Meneer Theo. Dat was grappig, want in die periode kregen zij hun derde kind. Ook een meisje. Ik weet alleen niet meer hoe zij heet.
Toen mijn broer binnenkwam werd hij direct door haar aangesproken.
“Weet je”, zegt ze, “altijd als ik jou zie, moet ik aan jouw zusje denken.”
“Aan mijn zusje?”
“Ja, aan je zusje. Ik herinner me nog dat ze op de kleuterschool een opstapje nodig had bij de wc, omdat ze er anders niet bij kon.”
...
“O”, had mijn broer geantwoord, “dat verbaast me niks. Die heeft ze nu namelijk nog steeds nodig!” | |
|
|
|
|